Een Peugeot 106 uit de bouwjaren 1991-2003 vraagt om een eigen aanpak op het gebied van bediening en onderhoud. Veel eigenaren worstelen met onduidelijke dashboardlampjes, het instellen van de klok, of het oplossen van startproblemen. Zonder een goede handleiding loop je kans op onnodige kosten of zelfs pech onderweg. Dit artikel behandelt concrete handelingen en instellingen voor de Peugeot 106, inclusief technische details voor modellen als de 1.1i (TU1JP), 1.4i (TU3JP), en de populaire 1.5D (TUD5-motor).
Specificaties en kenmerken
- Motorvarianten: De Peugeot 106 kent onder meer benzinemotoren zoals de 1.0 (TU9M), 1.1 (TU1JP) en 1.4 (TU3JP), plus een 1.5D dieselmotor (TUD5). Elke motor heeft zijn eigen onderhoudsinterval en vereiste olie (bijvoorbeeld 10W40 voor benzinemodellen, 5W40 voor diesel).
- Instrumentenpaneel: Het dashboard bevat een snelheidsmeter, kilometerteller, temperatuurmeter en verschillende waarschuwingslampjes. Lampjes zoals “STOP” en “SERV” vereisen directe aandacht; raadpleeg de handleiding voor interpretatie.
- Elektrisch systeem: Modellen na 1996 beschikken vaak over centrale vergrendeling en een eenvoudig alarmsysteem. Let op het zekeringenschema in het handschoenenkastje, want deze wijkt soms af tussen fase 1 (1991-1996) en fase 2 (1996-2003).
- Interieurfuncties: Handmatige ramen en spiegelbediening zijn standaard, maar sommige luxe uitvoeringen zoals de “XS” hebben elektrische ramen. De klok stel je in via een klein knopje naast het display, niet via het hoofdmenu.
- Veiligheidsvoorzieningen: Voorzien van gordelspanners, optionele airbag (vanaf 1996), en kinderslot op de achterportieren. Het ABS-systeem (optioneel) toont storing met het lampje “ABS” op het dashboard.
- Brandstofsysteem: De tankinhoud varieert per model (36 of 45 liter). Gebruik voor de 1.1i uitsluitend E5-benzine; E10 wordt afgeraden door Peugeot wegens mogelijke schade aan pakkingen in oudere modellen.
Aansluiten en instellen
- Koppel de accu los met een 10 mm steeksleutel voordat je aan het elektrische systeem werkt. Zo voorkom je kortsluiting bij werkzaamheden aan zekeringen of radio-installatie.
- Stel de klok in via het knopje rechts van het centrale display: druk enkele seconden in tot de uren knipperen, stel het uur in met korte drukken, houd weer langer vast voor de minuteninstelling. Gebruik een balpenpunt als de knop verzonken zit.
- Controleer de bandenspanning met een digitale meter (2,1 bar voor de voorbanden, 2,0 bar achter bij koude banden, volgens het stickertje in het portier). Te lage spanning zorgt voor extra slijtage en hoger brandstofverbruik.
- Vervang zekeringen bij uitval van verlichting of ruitenwissers: open het klepje links onder het dashboard, raadpleeg het schema in de handleiding (bijvoorbeeld: zekering F8 voor de binnenverlichting). Gebruik altijd het aanbevolen amperage.
- Pas de stoel aan met de hendel onder de zitting en de rugleuning met de draaiknop aan de zijkant. Zo voorkom je rugklachten tijdens langere ritten; let bij modellen met zij-airbags op kabels bij de stoelslede.
- Activeer of deactiveer de kinderbeveiliging door het schuifje in de achterportieren om te zetten met een autosleutel. Handig als je kleine kinderen vervoert en wilt voorkomen dat ze de deur vanuit binnen openen.
- Update de radiozenderlijst via het frontje: druk op “Menu” > “Scan” om automatisch de beschikbare FM-zenders te zoeken. Bewaar je favoriete zenders met lange druk op de preset-knoppen.
Dagelijks gebruik
Een veelvoorkomend scenario is de koude start tijdens de wintermaanden. Zet bij de 1.5D-diesel het contact aan tot het gloeilampje dooft, wacht vijf seconden, en start pas dan de motor. Bij benzinemodellen met een TU1JP-motor is het raadzaam de koppeling in te trappen tijdens het starten, zeker wanneer het buiten vriest. Dit ontlast de startmotor en voorkomt onnodige slijtage. Mocht de motor slecht aanslaan, controleer dan of de brandstofpomp hoorbaar is bij het omdraaien van de sleutel.
De bediening van de ventilatie werkt via schuifregelaars voor temperatuur en luchtverdeling. Voor een snelle ontwaseming van de voorruit: zet de blower op stand 3, schuif de verdeler naar het ruitpictogram, en schakel de airco (indien aanwezig) in via de knop “A/C”. Let op dat de airco alleen werkt als de motortemperatuur boven 10°C is. In de zomer zorgt deze instelling ook voor minder condensvorming binnenin.
Bij stadsritten helpt het om de ECO-stand te gebruiken als je model voorzien is van een economiemodus (meestal alleen bij de 1.4i uit de late bouwjaren). Zet deze aan via de schakelaar naast het stuur, herkenbaar aan het blaadje-pictogram. Dit beperkt het stroomverbruik van elektrische accessoires en verlengt de levensduur van de accu, vooral bij korte stukjes rijden.
Parkeren in krappe ruimtes vereist handigheid door de korte draaicirkel van de Peugeot 106 (9,6 meter). Draai het stuur volledig in en gebruik de handbediende spiegels om de afstand tot de stoeprand goed te zien. Let bij het achteruitrijden op de hoge drempel van de achterklep; deze kan bij het inladen van zware spullen in de weg zitten. Voor modellen met centrale vergrendeling: sluit met één druk op de sleutel alle portieren af, controleer altijd of de achterklep daadwerkelijk op slot zit.
Problemen oplossen
Probleem 1: Dashboardlampje “STOP” brandt tijdens het rijden
Symptoom: Direct na het starten of onder het rijden licht het rode “STOP”-lampje op. Oorzaak: Lage koelvloeistof of oliedruk, vaak bij de TU3JP-motor. Oplossing: Parkeer direct, controleer het koelvloeistofpeil via het reservoir onder de motorkap (rechtsvoor) en vul bij met G12+ koelvloeistof. Bij oliedrukcontrole: peil de olie met de stok en vul indien nodig bij met de juiste viscositeit.
Probleem 2: Ruitenwissers werken niet meer (zekering F7)
Symptoom: Ruitenwissers reageren niet op de hendel. Oorzaak: Doorgeslagen zekering F7 (15A) of defect relais. Oplossing: Vervang F7 in het zekeringenkastje onder het dashboard, test de werking. Blijft het probleem, dan het ruitenwisserrelais (boven het voetencompartiment) controleren of vervangen.
Probleem 3: Motor slaat af bij stationair draaien, foutcode P0105
Symptoom: Onregelmatig stationair toerental, motor valt uit bij stilstand. Oorzaak: Defecte MAP-sensor (Manifold Absolute Pressure) bij de 1.1i en 1.4i. Oplossing: Sluit een OBD2-scanner aan op de diagnosepoort onder het stuur, lees foutcode P0105 uit, vervang de MAP-sensor en wis de foutcodes.
Probleem 4: Centrale vergrendeling werkt niet op afstandsbediening
Symptoom: Deuren reageren niet op de knoppen van de afstandsbediening. Oorzaak: Lege batterij in de afstandsbediening of ontvangerprobleem. Oplossing: Vervang de batterij (CR2016) in de sleutel, synchroniseer door binnen 10 seconden na het vervangen van de batterij de ontgrendelknop drie seconden in te drukken terwijl je bij de auto staat.
Veelgestelde vragen
Hoe stel ik de klok in op mijn Peugeot 106?
Druk op het knopje naast het digitale klokje totdat het display knippert. Pas eerst de uren aan met korte drukken, houd daarna de knop langer vast tot de minuten knipperen. Stel de minuten in en wacht even; de tijd wordt automatisch opgeslagen.
Welke olie moet ik gebruiken voor een 1.5D diesel (TUD5-motor)?
Voor de 1.5D diesel adviseert Peugeot olie met specificatie 5W40 of 10W40. Controleer altijd het oliepeil via de peilstok bij een koude motor. Vul alleen bij tot het maximumstreepje – overvuld raken kan lekkages veroorzaken.
Hoe reset ik het service-interval lampje?
Houd bij uitgeschakelde ontsteking het kilometertellerknopje ingedrukt. Zet het contact aan terwijl je het knopje vasthoudt; het display telt af van 10 tot 0 en het lampje dooft. Laat daarna het knopje los en het interval is gereset.
Waar vind ik het zekeringenschema?
Het zekeringenschema staat afgedrukt op de achterzijde van het klepje van de zekeringenkast, onder het dashboard aan de bestuurderszijde. In de originele handleiding van Peugeot vind je deze ook als overzichtstabel. Bij tweedehands auto’s ontbreekt het klepje vaak, download dan een schema via de officiële Peugeot-onderdelensite.
Kan ik E10-benzine tanken in een Peugeot 106?
Peugeot raadt E10 af voor modellen van voor 2000, vanwege mogelijke schade aan pakkingen en leidingen. Gebruik altijd E5, herkenbaar aan het groene label bij het tankstation. Controleer bij twijfel het chassisnummer (VIN) en vraag advies bij de dealer.
Wist je dat je het motorstoringslampje bij veel 106-modellen kunt resetten door de accu tien minuten los te koppelen? Dit wist tijdelijke foutcodes zonder diagnose-apparaat.
Dit artikel is geschreven door de redactie van HandleidingStart.nl en voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2026. Raadpleeg altijd de officiële handleiding van de fabrikant voor de meest actuele informatie. Heb je een fout gevonden? Laat het ons weten.