Begin hier: jouw handleiding in 3 simpele stappen
Afwijkende spetters op je werkstuk of een lasnaad die niet vloeiend loopt: met de HBM 200 CI MIG inverter kun je dat voorkomen, mits je het apparaat goed instelt. Deze lasmachine combineert compact formaat met verrassend veel mogelijkheden voor staal, RVS en aluminium. Wie regelmatig met laswerk bezig is, loopt tegen specifieke instellingen aan. Hieronder lees je precies hoe je deze inverter aansluit, optimaal afstelt en storingen herkent.
📘 Vind jouw handleiding in 3 simpele stappen
- Type
- Apparaat
- Vraag
- Resultaat
Wat voor handleiding zoek je?
ℹ️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
⬆️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
🔍 We gebruiken jouw keuze om je direct naar de juiste uitleg of handleiding te sturen. Geen gedoe, direct duidelijkheid.
Specificaties en kenmerken
- Lasbereik 30-200 ampère
Het instelbare lasbereik maakt het mogelijk om dun plaatwerk vanaf 0,8 mm tot dikker staal van 8 mm te lassen. Met de draaiknop stel je het vermogen direct in op het frontpaneel. - MIG/MAG en MMA functionaliteit
Naast MIG/MAG-lassen kun je met de HBM 200 CI ook elektroden lassen tot 4 mm dikte. Wisselen tussen de modi doe je via de schakelaar op het bedieningspaneel. - IGBT invertertechniek
De ingebouwde IGBT-chipset zorgt voor een stabiele boog en minder energieverbruik. Hierdoor is de machine compacter en lichter dan traditionele transformatorlasapparaten. - Digitale stroom- en spanningsweergave
Het display toont exact de ingestelde lasstroom en spanning. Dit maakt het instellen voor verschillende materiaalsoorten nauwkeurig, bijvoorbeeld 18V bij 120A voor 2 mm staal. - 2-rols draadaanvoermechanisme
De draadaanvoersnelheid stel je traploos in via het menu: Draadaanvoer > Snelheid. Een stabiele toevoer voorkomt onregelmatige lassen en draadbreuk. - Thermische beveiliging en foutcode-indicatie
Raakt het apparaat oververhit, dan schakelt het zichzelf uit en verschijnt foutcode E01 op het display. Koelventilator blijft nog even doorlopen om schade te voorkomen.
Aansluiten en instellen
-
Controleer netspanning en zekeringen
Sluit de HBM 200 CI aan op een geaard stopcontact van minimaal 16A. Vermijd verlengsnoeren; deze veroorzaken spanningsverlies en beperken het maximale vermogen. -
Plaats de massaklem
Bevestig de massaklem aan schoon, onbewerkt metaal van het werkstuk. Een slechte massa zorgt voor instabiele lasbogen en kan foutcode E03 veroorzaken. -
Installeer de gasfles en stel gasdruk af
Monteer de gasfles (CO2 of menggas, afhankelijk van materiaal) met een drukregelaar. Stel de gasdruk af op 8-10 liter/minuut via Instellingen > Gasstroom op het bedieningspaneel. -
Monteer de juiste lasdraad en rol
Kies voor staal een 0,8 mm massieve draad, voor aluminium 1,0 mm aluminiumdraad. Open het draadaanvoercompartiment, plaats de rol, voer de draad door de geleider en stel de spanning van de drukrol in op stand 2. -
Selecteer lasmodus
Op het frontpaneel kies je met de Mode-knop voor MIG/MAG of MMA, afhankelijk van het type werk. Let bij aluminium op dat je het juiste draadtype en teflonvoering gebruikt. -
Stel lasstroom en draadaanvoersnelheid in
Gebruik het menu Instellingen > Lasstroom om het gewenste ampère in te stellen, bijvoorbeeld 120A voor 2 mm staal. Pas de draadaanvoersnelheid aan tot de lasboog stabiel klinkt, meestal tussen 4,5 en 6 m/min. -
Controleer bescherming en ventilatie
Zet de machine zo dat ventilatieroosters vrij zijn. Draag altijd een laskap met minimaal DIN 11 glas en gebruik lashandschoenen, een katoenen overall en veiligheidsschoenen.
Dagelijks gebruik
Bij het lassen van dun plaatstaal (1,5 mm autoherstel) is het belangrijk om de stroom niet te hoog te zetten. Stel via Instellingen > Lasstroom 40-60A in en gebruik een draaddikte van 0,8 mm. Voorkom doorbranden door pulserend te lassen: trek korte lassen van 1-2 cm, laat het materiaal afkoelen en vervolg de las. Zo beperk je vervorming van het werkstuk.
Voor constructiewerk met dikker staal, zoals hekwerken of kokerprofielen van 5 mm dik, schakel je over op 140-160A en verhoog je de draadaanvoersnelheid. Gebruik hierbij een menggas (82/18 Ar/CO2) voor schonere lassen. Plaats het werkstuk op een gelaste werkbank met goede massa-aansluiting om spanningsverlies te voorkomen. Met de functie Instellingen > Gasstroom kun je de gasflow finetunen voor een betere bescherming van het smeltbad.
Bij aluminium lassen is voorbereiding extra belangrijk. Vervang de standaard draadvoering door een teflonvoering en gebruik een spoelvet voor de draad. Stel de draadaanvoersnelheid lager in (2,5-3 m/min) en verhoog de spanning iets. Las in korte secties om oververhitting van het werkstuk te voorkomen. Reinig het aluminium met een roestvrijstalen borstel vlak voor het lassen om oxidatie te minimaliseren.
Voor eenvoudig MMA-lassen (elektroden) kies je in het menu voor MMA, plaats je een 2,5 mm elektrode en stel je de stroom in op 80-100A. Handig bij buitenwerk waar geen gasbescherming mogelijk is. Let op insluiting van slak: klop tussen de lassen door de slaklaag weg met een slakhamer voor een schoon resultaat. Door de digitale display zie je direct of je de juiste stroomsterkte hebt geselecteerd.
Problemen oplossen
Een veelvoorkomend probleem is foutcode E01: het apparaat stopt abrupt en het display geeft deze melding. Dit wijst op oververhitting door langdurig lassen zonder pauze. Zet de machine uit, wacht 10 minuten en controleer of de ventilatieopeningen vrij zijn. Voorkom herhaling door tussen lassen door korte pauzes in te lassen.
Onregelmatige draadaanvoer met hakkelende lasboog komt vaak door een te strak ingestelde drukrol of vervuilde draadvoering. Open het deksel, controleer de drukrol en zet deze op stand 2. Blaas de draadgeleider schoon met perslucht of vervang deze indien nodig. Zo herstel je een soepele toevoer.
Slechte penetratie of grillige lassen ontstaan bij een te lage lasstroom of verkeerde draaddikte. Controleer in het menu Instellingen > Lasstroom of de waarde overeenkomt met het gebruikte materiaal. Pas indien nodig de stroom aan: voor 3 mm staal is 90-110A gebruikelijk.
Wanneer het display geen waarde toont of knippert (foutcode E07), is er vaak sprake van een slechte massa of een defecte zekering. Controleer de massaklem op oxidatie, reinig het contactpunt en vervang indien nodig de 16A zekering in de machine. Zet het apparaat daarna opnieuw aan en controleer de werking.
Veelgestelde vragen
Welke gasfles heb ik nodig voor MIG/MAG-lassen?
Voor algemeen staalgebruik volstaat een menggas van 82% Argon en 18% CO2. Bij alleen CO2 krijg je meer spetters en een minder mooi lasresultaat. Voor aluminium is 100% Argon vereist.
Welke draaddikte gebruik ik voor dun plaatstaal?
Voor plaatwerk tot 2 mm is 0,8 mm massieve draad het meest geschikt. Dikkere draad zorgt sneller voor doorbranden. Stel hierbij de lasstroom af op 40-70A.
Waarom schakelt de machine soms plotseling uit?
Dit gebeurt meestal door thermische beveiliging (foutcode E01) bij langdurig lassen. Laat het apparaat afkoelen en let op voldoende ventilatie. Controleer of de ventilator vrij kan draaien.
Kan ik RVS lassen met deze inverter?
Ja, met de juiste RVS-draad (bijvoorbeeld 308L) en 98% Argon/2% CO2 als gas. Gebruik een aparte draadvoering en reinig het werkstuk grondig voor het lassen.
Hoe vaak moet ik onderhoud uitvoeren aan de machine?
Stof het apparaat wekelijks af en controleer maandelijks de draadaanvoer en ventilatieopeningen. Vervang de draadvoering en contacttip zodra de draadaanvoer minder soepel verloopt. Zo verleng je de levensduur aanzienlijk.
Ongelijkmatige lasnaden verdwijnen vaak met een kleine aanpassing van de draadaanvoersnelheid; probeer eens 0,2 m/min sneller of langzamer voor direct merkbaar resultaat.
Start nu de 3-stappen Handleiding-Zoeker
Dit artikel is geschreven door de redactie van HandleidingStart.nl en voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2026. Raadpleeg altijd de officiële handleiding van de fabrikant voor de meest actuele informatie. Heb je een fout gevonden? Laat het ons weten.
