Vakantiegeld 2026 controleren: stappenplan en veelgemaakte fouten

Je vakantiegeld 2026 controleer je in vijf stappen: pak je salarisstroken van juni 2025 tot en met mei 2026, tel het brutoloon op, vermenigvuldig met 8% (of 5% bij bijstand), check of de werkgever ploegentoeslag en structureel overwerk heeft meegerekend en vergelijk dit met het bedrag op je mei-loonstrook. Wijkt het af? Dan ga je terug naar je werkgever met een onderbouwd verzoek tot correctie.

📋 Inhoudsopgave
🟦 Stap 1 van 3: Wat voor handleiding zoek je?

📘 Vind jouw handleiding in 3 simpele stappen

  1. Type
  2. Apparaat
  3. Vraag
  4. Resultaat

Wat voor handleiding zoek je?





ℹ️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.

⬆️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.

🔍 We gebruiken jouw keuze om je direct naar de juiste uitleg of handleiding te sturen. Geen gedoe, direct duidelijkheid.

De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld uit op of rond 25 mei 2026. Het UWV maakt uitkeringen over op 21 mei 2026 en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) volgt voor AOW’ers in dezelfde week. Klinkt simpel, maar in de praktijk gaat er regelmatig iets mis: een vergeten ploegentoeslag, een verkeerd bijzonder belastingtarief of een werkgever die alleen het kale uurloon als basis pakt. Daarom is een eigen controle geen overbodige luxe. Hieronder vind je een concreet stappenplan, de regels van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) en de meest voorkomende fouten waar je op moet letten.

Stappenplan: zo controleer je je vakantiegeld 2026

Reken het zelf na voordat je je werkgever vraagt om een correctie. Dat scheelt discussie en je hebt direct een bedrag om naar te wijzen.

  1. Verzamel je salarisstroken van juni 2025 tot en met mei 2026. Vakantiegeld wordt opgebouwd over een aaneengesloten referteperiode van 12 maanden. Bij de meeste werkgevers loopt die van 1 juni tot en met 31 mei. Je hebt dus twaalf loonstroken nodig.
  2. Tel het brutoloon van die twaalf maanden op. Gebruik altijd het brutobedrag, niet wat er netto op je rekening kwam. Bonussen en eindejaarsuitkeringen die los uitbetaald zijn, laat je in eerste instantie even apart staan — die check je in stap 3.
  3. Tel structurele toeslagen en overwerkvergoedingen erbij op. Ploegentoeslag, een vaste onregelmatigheidstoeslag en regelmatig overwerk horen sinds 2018 verplicht in de berekening. Incidentele bonussen en winstdelingen mogen er buiten blijven. Twijfel je over een component? Kijk hieronder bij het hoofdstuk over de berekeningsbasis.
  4. Vermenigvuldig de optelsom met 8%. Voor reguliere werknemers is dat het wettelijk minimum. Sommige cao’s hebben een hoger percentage afgesproken, bijvoorbeeld 8,33% of zelfs 9%. Werk je op basis van een uitkering uit de Participatiewet (bijstand)? Dan is het percentage 5%, niet 8%.
  5. Vergelijk de uitkomst met het brutobedrag vakantiegeld op je mei-loonstrook. Verschil van een paar euro hoort bij afrondingsverschillen. Een verschil van tientallen euro’s of meer is een signaal om door te vragen.

Werk je parttime, wisselend of met onregelmatige diensten? Dan is stap 3 het belangrijkst. Juist daar laten werkgevers nogal eens iets vallen.

Wat moet er in de berekening zitten (en wat niet)

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag schrijft voor wat onder „loon” valt voor de berekening. Sinds een aanpassing van de WML in 2018 is die kring breder dan veel mensen denken.

Wel meetellen:

  • Bruto basisloon (uurloon × contracturen, of maandsalaris).
  • Ploegentoeslag, onregelmatigheidstoeslag, weekendtoeslag.
  • Overwerkvergoeding voor zover die boven het wettelijk minimumloon ligt.
  • Structurele provisies en bonussen die maandelijks of per kwartaal terugkomen.
  • Persoonlijke toeslagen die afhankelijk zijn van leeftijd of dienstjaren.
  • Loondoorbetaling tijdens vakantie, ziekte (eerste 26 weken) en zwangerschapsverlof.

Niet meetellen:

  • Eindejaarsuitkering of dertiende maand.
  • Eenmalige winstuitkeringen of jubileumbonussen.
  • Onkostenvergoedingen (reiskosten, thuiswerkvergoeding, telefoonvergoeding).
  • Auto van de zaak en andere onbelaste verstrekkingen.
  • Het deel van het overwerk dat onder het minimumloon valt (gaat al via de wettelijke vakantiebijslag op uurloon).

Een rekenvoorbeeld: stel je bent magazijnmedewerker, verdient €2.450 bruto per maand basisloon, krijgt structureel €180 ploegentoeslag en gemiddeld €120 voor avonduren. Je referteloon is dan 12 × (2.450 + 180 + 120) = €33.000. Vakantiegeld bij 8% komt uit op €2.640 bruto. Pakt je werkgever alleen het kale basisloon van 12 × €2.450 = €29.400, dan kom je uit op €2.352 bruto — een verschil van €288 in jouw nadeel. Dat is precies waar veel controleverzoeken op uitkomen.

Belasting op vakantiegeld: zo herken je een fout

Op je vakantiegeld 2026 wordt het bijzonder tarief toegepast. Dat tarief is afhankelijk van het verwachte jaarinkomen, niet van het bedrag van het vakantiegeld zelf. Voor 2026 gelden drie schijven:

  • Tot ongeveer €38.441 jaarinkomen: 35,75% (eerste schijf inkomstenbelasting plus premies).
  • Tussen €38.441 en €76.817: 37,56% (tweede schijf).
  • Boven €76.817: 49,50% (toptarief).

Daarbovenop kan een correctie komen voor het verlopen of opbouwen van arbeidskorting en algemene heffingskorting. Daarom kan het percentage op je strook iets afwijken — bijvoorbeeld 41,60% of 45,80%. Dat is geen fout, maar het effect van die kortingen.

Een echte fout herken je aan deze signalen:

  • Er staat 0% bijzonder tarief terwijl je geen „loonheffingskorting niet toepassen” hebt aangevraagd.
  • Het toegepaste percentage is fors hoger dan 49,50%; dat zou maximaal het toptarief moeten zijn.
  • Er wordt het normale loontarief gebruikt in plaats van het bijzonder tarief.
  • Het ingehouden bedrag is groter dan het brutobedrag vakantiegeld zelf — dat kan administratief niet kloppen.

Vermoed je een fout? Vraag de salarisadministratie om het toegepaste tarief en het bijbehorende verwachte jaarinkomen. Klopt het verwachte jaarinkomen niet (bijvoorbeeld omdat je vorig jaar een eindejaarsuitkering kreeg die dit jaar niet komt), dan kun je via de werkgever een aanpassing vragen.

Veelgemaakte fouten van werkgevers

De Belastingdienst, FNV en de Nederlandse Arbeidsinspectie zien jaarlijks dezelfde categorieen mis lopen. Loop ze langs voordat je je eigen strook checkt.

  1. Alleen het basisloon als referte. Werkgever rekent met kaal uurloon × contracturen en „vergeet” ploegentoeslag of structureel overwerk.
  2. Verkeerde referteperiode. In plaats van juni–mei wordt januari–december gebruikt, terwijl de cao iets anders voorschrijft. Een nieuwe medewerker krijgt soms ten onrechte vakantiegeld over alleen de werkmaanden zonder evenredig op te tellen.
  3. Geen uitbetaling bij parttime contract met All-in-uurloon. Een All-in-uurloon waarin vakantiegeld al verrekend zou zijn, is alleen toegestaan onder strikte voorwaarden én moet duidelijk vermeld zijn op de loonstrook. Staat dat er niet expliciet, dan heb je gewoon recht op aparte uitbetaling.
  4. Bijstand met 8% berekend. Bij een bijstandsuitkering is het wettelijk percentage 5%; sommige gemeenten hanteren per ongeluk het werknemerstarief. Andersom komt ook voor: je krijgt 5% terwijl je toch loon ontving uit dienstverband.
  5. Bonussen ten onrechte uitgesloten. Een maandelijkse bonus die al jarenlang structureel uitbetaald wordt, kwalificeert in de praktijk als loon — ook al noemt de werkgever het „incidenteel”. Hier komen zaken vaak op aan bij het kantongerecht.
  6. Ziektegeld vergeten. In de eerste 26 weken ziekte wordt 100% loon doorbetaald én bouw je vakantiegeld op over dat doorbetaalde loon. Werkgevers „vergeten” die maanden soms.
  7. Bij uitdiensttreding: niet uitbetaald. Ga je weg vóór mei? Dan moet de werkgever het opgebouwde vakantiegeld over de gewerkte maanden uitbetalen bij je laatste salaris. Het mag niet „blijven staan” of vervallen.

Wat te doen als je vakantiegeld te laag is

Klopt het bedrag niet? Volg deze route in volgorde — de meeste zaken worden in stap 1 of 2 al opgelost.

  1. Verzamel je bewijs. Print je twaalf salarisstroken, je arbeidsovereenkomst en de relevante artikelen uit de cao (vrijwel elke cao staat online via de site van het ministerie van SZW).
  2. Stuur een schriftelijk verzoek aan je werkgever of HR. Wees concreet: „Ik berekende mijn vakantiegeld over de referteperiode juni 2025–mei 2026 op €2.640 bruto. Op mijn loonstrook van mei staat €2.352. Kunnen jullie de berekening per component aan mij toelichten?” Per e-mail is prima — zo heb je een datumstempel.
  3. Geef je werkgever 14 dagen voor reactie. Lukt het niet om eruit te komen, vraag dan een uitdraai van de berekening op. Dat is een wettelijk recht.
  4. Schakel een vakbond in. Ben je lid van FNV, CNV of een vakbond binnen je sector? Bel ze. Lid worden mag zelfs nog op het moment van het probleem; juridische ondersteuning loopt dan vanaf dat moment. Niet-leden kunnen contact opnemen met het Juridisch Loket.
  5. Dien een melding in bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bij structurele onderbetaling onder het wettelijk minimum kan de Arbeidsinspectie ingrijpen. Voor cao-zaken (boven WML) is dit minder gangbaar.
  6. Stap naar de kantonrechter. Tot €25.000 hoeft daar geen advocaat bij. De vordering is doorgaans ‚chterstallig vakantiegeld plus wettelijke verhoging plus wettelijke rente”. De wettelijke verhoging kan oplopen tot 50% bovenop het achterstallige bedrag.

Belangrijk: vorderingen op vakantiegeld verjaren na vijf jaar. Dus ook vakantiegeld van 2021 is in 2026 nog opvorderbaar als je kunt aantonen dat het te weinig was.

AOW-vakantiegeld: zo controleer je het bedrag

De Sociale Verzekeringsbank betaalt AOW-vakantiegeld in mei. Je ontvangt het samen met de reguliere AOW — voor mei 2026 is dat donderdag 21 mei. Het bedrag is afhankelijk van je woonsituatie, niet van je inkomensgeschiedenis.

Voor 2026 zijn de bedragen per maand bruto opgebouwd:

  • Alleenstaand: ongeveer €106,55 per maand vakantiegeld-opbouw, dus circa €1.278 bruto per jaar.
  • Samenwonend / gehuwd: ongeveer €76,10 per maand per persoon, dus circa €913 bruto per jaar per partner.

Op je AOW-specificatie van mei zie je het bedrag onder „vakantiegeld” apart staan, met daarachter het verrekende loonheffingsbedrag. Heb je niet het volledige jaar AOW gehad (bijvoorbeeld omdat je AOW-leeftijd in november 2025 inging), dan krijg je een evenredig deel: 7/12 in dat voorbeeld. Klopt de evenredigheid niet, neem dan contact op met je SVB-kantoor; het wordt dan handmatig nagelopen.

Heb je naast AOW ook aanvullend pensioen? Vakantiegeld over aanvullend pensioen wordt niet apart uitgekeerd. Pensioenfondsen verdelen het vakantiegeld over twaalf maandelijkse termijnen — je krijgt dus elke maand al een 1/12 deel mee. Op je jaaropgaaf staat het totaalbedrag per kalenderjaar.

Veelgestelde vragen

Krijg ik nog vakantiegeld als ik in april 2026 ontslag neem?

Ja. Bij uitdiensttreding moet je werkgever het tot dat moment opgebouwde vakantiegeld uitbetalen bij je eindafrekening. Ben je tot eind april in dienst, dan heb je opbouw van juni 2025 tot en met april 2026 — 11/12 van het normale jaarbedrag.

Wat als mijn werkgever wil dat ik vakantiegeld in maandelijkse termijnen krijg?

Dat mag, maar alleen met jouw schriftelijke instemming en als de cao het toestaat. Standaard is jaarlijkse uitbetaling in mei. Spreid je het, dan moet het brutobedrag per maand expliciet op de loonstrook staan onder ‚vakantiebijslag”.

Kan vakantiegeld worden ingehouden voor schulden?

Ja. Vakantiegeld valt in principe binnen de beslagvrije voet, maar boven die voet kan een schuldeiser of de Belastingdienst het volledig vorderen. Heb je een betalingsregeling, dan kan vakantiegeld als extra aflossing worden gevraagd.

Hoeveel netto blijft er over van €2.000 bruto vakantiegeld?

Bij het lage bijzonder tarief (35,75%) houd je netto ongeveer €1.285 over. Bij 37,56% is dat ongeveer €1.249 en bij het toptarief (49,50%) zo’n €1.010. Dit zijn richtgetallen — het echte tarief op jouw strook hangt mede af van de heffingskortingen.

Wat als mijn werkgever pas in juni betaalt in plaats van mei?

Dat mag in beginsel, mits het cao-conform is en uiterlijk in juni gebeurt. Sommige cao’s schrijven mei voor, andere noemen „in de maand mei of juni”. Wordt het augustus of later, dan kun je wettelijke rente vorderen vanaf de datum waarop het uitbetaald had moeten zijn.

Tellen ZZP-opdrachten mee voor vakantiegeld?

Nee. Als zzp’er bouw je geen vakantiegeld op — je werkt voor eigen rekening en risico. Reken eventueel een vakantiereserve in je uurtarief mee. Werk je via een payrollbureau of detacheringsconstructie, dan val je wél onder de WML en heb je recht op 8%.

Mijn loonstrook vermeldt geen apart vakantiegeld — wat nu?

Vraag de werkgever om een gespecificeerde berekening en kijk in je arbeidsovereenkomst of er sprake is van een All-in-uurloon. Is dat niet zo, dan heb je sowieso recht op aparte uitbetaling. Gebruik dan het stappenplan hierboven om het achterstallige bedrag te vorderen.

Niet gevonden wat je zocht?
Start nu de 3-stappen Handleiding-Zoeker
Over dit artikel
Dit artikel is geschreven door de redactie van HandleidingStart.nl en voor het laatst bijgewerkt op 1 mei 2026. Raadpleeg altijd de officiële handleiding van de fabrikant voor de meest actuele informatie. Heb je een fout gevonden? Laat het ons weten.