Begin hier: jouw handleiding in 3 simpele stappen
Een windinstrument dat bij een aanvaring plotseling onjuiste waarden weergeeft, kan een flinke stoorzender zijn tijdens het zeilen. Met de Raymarine ST60 Wind voorkom je verrassingen op het water als je weet hoe je deze correct aansluit, kalibreert en gebruikt. Wie ooit heeft gezocht naar de juiste manier om de windvaan te monteren, de NMEA-gegevens te lezen of een plotseling knipperend display te begrijpen, vindt hier een praktisch stappenplan en oplossingen voor de meest voorkomende problemen.
📘 Vind jouw handleiding in 3 simpele stappen
- Type
- Apparaat
- Vraag
- Resultaat
Wat voor handleiding zoek je?
ℹ️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
⬆️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
🔍 We gebruiken jouw keuze om je direct naar de juiste uitleg of handleiding te sturen. Geen gedoe, direct duidelijkheid.
Specificaties en kenmerken
- Analoge en digitale weergave
Het instrument combineert een analoge wijzerplaat met een digitaal LCD-scherm voor directe afleesbaarheid van windsnelheid en -richting. De wijzer volgt de windrichting realtime, terwijl het display numerieke waarden toont in knopen, mijlen per uur of meter per seconde. - STng/SeaTalk netwerkcompatibiliteit
De ST60 Wind werkt samen met andere Raymarine-instrumenten via het SeaTalk-netwerk. Je koppelt eenvoudig aan log-, diepte- of multifunctionele displays, zodat alle relevante data op meerdere plekken aan boord beschikbaar zijn. - Windsnelheidssensor (Rotowind) en windvaan
Het systeem gebruikt een masttopunit met een rotowind-sensor en windvaan voor nauwkeurige metingen. Deze sensor werkt met een kabel van maximaal 30 meter zonder signaalverlies. - Instelbare variabelen en kalibratie
Menu’s bieden opties voor offset-correctie, eenheidsselectie (knopen/km/u/m/s), en demping van het signaal voor stabielere weergave. Fabrieksinstellingen pas je aan via Instellingen > Kalibratie > Wind Offset. - Foutcodes en zelfdiagnose
Het display kan foutcodes tonen zoals “NO DATA” (geen signaal van sensor) of knipperende waarden bij bedrading- of sensorstoring. Zelfdiagnose via het menu helpt bij het opsporen van kabelproblemen. - Nachtmodus en helderheidsregeling
Met een druk op de knop schakel je naar nachtverlichting; helderheid stel je handmatig in via Instellingen > Display > Helderheid. Zo blijft het display leesbaar zonder het zicht op het water te verstoren.
Aansluiten en instellen
- Monteer de masttopunit
Zorg dat de windvaan vrij kan draaien en niet in de schaduw van tuigage of antennes zit. Gebruik de meegeleverde beugel en controleer de uitlijning met de boeg voordat je de unit vastzet. - Leg de sensorkabel aan
Voorkom scherpe bochten en knikken in de kabel. Gebruik kabelbinders om de kabel langs de mast te geleiden en bescherm verbindingen met krimpkous tegen vocht. - Sluit het instrument op het SeaTalk-netwerk aan
Verbind de drie-aderige kabel (rood, geel, afscherming) met de SeaTalk-bus. Zorg dat de polariteit klopt; foutieve aansluiting veroorzaakt “NO DATA” op het display. - Voer een eerste opstart uit
Na aansluiten krijgt het display stroom via het netwerk. Houd bij het opstarten de “disp”-knop ingedrukt om direct in het kalibratiemenu te komen. - Stel eenheden in via het menu
Ga naar Instellingen > Eenheden en kies knopen (kt), mijlen (mph) of meter per seconde (m/s). Voor gebruik in Nederland wordt meestal knopen gekozen. - Kalibreer de windrichting
Met het schip stil, wijst de windvaan naar voren. Druk 3 seconden op “disp” tot “CAL” verschijnt. Draai de windvaan indien nodig tot de wijzer exact op 0°/Noord staat en druk op “set” om te bevestigen. - Test de sensorwerking
Blaas zachtjes tegen de windvaan en controleer of de wijzer en het display gelijk bewegen. Foute aflezing? Herhaal de kalibratiestap of controleer de bedrading op losse contacten.
Dagelijks gebruik
Een doorsnee zeildag begint met het inschakelen van de Raymarine ST60 Wind zodra de stroomvoorziening aan boord geactiveerd wordt. Automatisch toont het display de actuele ware en schijnbare windsnelheid zodra het schip beweegt. Handmatig schakelen tussen deze modi kan via de “true/app” knop rechts onder het scherm; handig bij het trimmen van de zeilen tijdens een kruisrak. Tijdens een avondtocht activeer je de nachtmodus door de “disp” knop twee seconden ingedrukt te houden, waardoor het display rood oplicht zonder hinderlijke reflecties in het donker.
Bij het naderen van een boei of het uitvoeren van een overstag is snelle interpretatie van windrichting cruciaal. De analoge wijzer geeft de windhoek direct weer ten opzichte van de boeg, terwijl het digitale display de actuele windsnelheid laat zien. Wil je de demping aanpassen omdat het display te nerveus reageert op windvlagen? Druk dan op “set” en blader naar Instellingen > Kalibratie > Demping. Een waarde tussen 2 en 4 geeft op binnenwater een prettige balans tussen snelheid en stabiliteit.
Tijdens lange tochten kan het nodig zijn om de windmeter opnieuw te kalibreren, bijvoorbeeld na maststrijk of sensorvervanging. Zet het schip stil, herhaal het uitlijnen van de windvaan en bevestig de nieuwe kalibratie via het menu. Let op: een verandering in masttrim of sensorgewicht kan de aflezing beïnvloeden. Controleer na elke onderhoudsbeurt de nauwkeurigheid van de windhoek en snelheidsweergave.
Mocht het display knipperen of onlogische waarden tonen, schakel dan direct naar het foutdiagnose-menu met een lange druk op beide knoppen (“disp” en “set”). Het display toont nu een foutcode, zoals “NO DATA” of “ERR 2”. Raadpleeg de kabels, aansluitingen en sensoren om problemen snel te verhelpen en veilig door te varen zonder onbetrouwbare data.
Problemen oplossen
Display toont “NO DATA” direct na het inschakelen
Wanneer het display “NO DATA” meldt, is er meestal geen signaal van de masttopunit. Controleer eerst de aansluitingen op het SeaTalk-netwerk en controleer of de sensorkabel niet is beschadigd of losgeraakt. Herstel de verbinding en start het instrument opnieuw op; in veel gevallen herkent het systeem de sensor direct na correct aansluiten.
Wijzer blijft hangen of reageert traag bij windverandering
Als de analoge wijzer niet meebeweegt met de wind of traag reageert, kan vuil of corrosie in de masttopunit de oorzaak zijn. Verwijder de sensor, reinig de bewegende delen met een contactreiniger en controleer op oxidatie bij de stekker. Na montage moet de wijzer soepel reageren op windverplaatsing.
Display knippert of toont willekeurige cijfers
Een knipperend display met onlogische waarden duidt vaak op een spanningsprobleem of interferentie. Meet de spanning op het instrument; deze moet tussen 10 en 16 volt liggen. Controleer of er geen parallel aangesloten apparaten zijn die stoorstromen veroorzaken en ontkoppel deze tijdelijk voor een test.
Windrichting wijkt structureel af van de werkelijke richting
Wanneer de windrichting op het display niet overeenkomt met de werkelijke wind, is vaak een verkeerde kalibratie of een verdraaide masttopunit de oorzaak. Herkalibreer de windvaan via Instellingen > Kalibratie > Wind Offset en controleer of de unit recht boven de boeg uitgelijnd is. Pas de offset handmatig aan tot de juiste waarde wordt weergegeven.
Veelgestelde vragen
Hoe reset ik de Raymarine ST60 Wind naar fabrieksinstellingen?
Houd beide knoppen (“disp” en “set”) tegelijk ingedrukt terwijl je het instrument inschakelt. Het display toont “RESET” en keert terug naar fabriekswaarden. Hierna moeten kalibratie en eenheidsinstellingen opnieuw worden ingesteld.
Kan ik de ST60 Wind aansluiten op een modern Raymarine Axiom MFD?
Via een SeaTalk naar SeaTalkNG converter is integratie met een Axiom MFD mogelijk. Sluit de converter aan op het bestaande SeaTalk-netwerk en koppel deze aan het NMEA2000-netwerk van de Axiom. Controleer of de winddata zichtbaar zijn via het MFD-menu: Instellingen > Netwerk > Apparaten.
Wat betekent de foutmelding “ERR 2” op het display?
“ERR 2” duidt op een storing in de interne sensor-elektronica. Koppel de masttopunit los en sluit deze opnieuw aan, of vervang de sensor als de foutmelding terugkeert. Raadpleeg bij aanhoudende problemen de Raymarine servicedienst.
Hoe stel ik de demping van de windmeting in?
Ga naar Instellingen > Kalibratie > Demping via het menu. Kies een waarde tussen 1 (zeer snel, nerveus) en 5 (traag, stabiel). Voor zeilboten op binnenwater werkt een stand van 2 tot 3 meestal het prettigst.
Is het display waterdicht en geschikt voor open boten?
De Raymarine ST60 Wind heeft een IPX6-classificatie en is daarmee beschermd tegen krachtige waterstralen. Montage op open boten is mogelijk, maar zorg voor afdoende afdichting van de kabeldoorvoer en controleer jaarlijks de rubber afdichtringen.
Een vaak vergeten functie: door tijdens het inschakelen de “disp” knop vijf seconden ingedrukt te houden, activeer je een verborgen testmodus waarmee je alle segmenten van het display en de wijzer synchroon kunt testen zonder demontage.
Start nu de 3-stappen Handleiding-Zoeker
Dit artikel is geschreven door de redactie van HandleidingStart.nl en voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2026. Raadpleeg altijd de officiële handleiding van de fabrikant voor de meest actuele informatie. Heb je een fout gevonden? Laat het ons weten.
