Begin hier: jouw handleiding in 3 simpele stappen
Bij het installeren van een Raymarine ST2000 stuurautomaat komen vaak direct de eerste vragen: hoe sluit je hem veilig aan, welke instellingen moet je niet vergeten, en hoe werkt het display nu precies? Veel gebruikers missen details over de kalibratie, foutcodes zoals “NO PILOT” of “DRIVE STOP”, en de juiste aansluitvolgorde. Hieronder vind je een uitgebreide handleiding die op alle praktische punten ingaat, inclusief concrete menu’s, kabels en scenario’s aan boord. Dit artikel is relevant voor de Raymarine ST2000 Plus en compatibele stuurautomaten uit dezelfde serie.
📘 Vind jouw handleiding in 3 simpele stappen
- Type
- Apparaat
- Vraag
- Resultaat
Wat voor handleiding zoek je?
ℹ️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
⬆️ Vul dit formulier in en wij helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.
🔍 We gebruiken jouw keuze om je direct naar de juiste uitleg of handleiding te sturen. Geen gedoe, direct duidelijkheid.
Specificaties en kenmerken
- Maximale stuurkracht 77 kg: De Raymarine ST2000 levert tot 77 kilogram aan duwkracht, geschikt voor zeilboten tot circa 4,5 ton waterverplaatsing. Dit maakt hem ideaal voor kleine tot middelgrote boten, zolang het roersysteem licht loopt.
- NMEA0183 compatibiliteit: Via een vierdraads aansluiting koppel je externe GPS of windinstrumenten. Het apparaat accepteert standaard NMEA-zinnen als $GPRMC en $GPGLL voor koers- en positiegegevens.
- Afneembaar bedieningspaneel met LCD-display: Het monochrome scherm toont koers, modus (Auto/Standby/Wind Track), stuurcorrecties en foutmeldingen zoals “NO DATA” of “LOW BATTERY”.
- Verschillende stuurmodi: Naast de gewone Auto-stand kun je kiezen voor Wind Track (koers aan de wind) en Track Mode (koers volgen van GPS-route). Schakelen tussen deze modi gebeurt via de Mode-knop.
- Waterdichtheidsklasse IPX6: De bediening en behuizing zijn bestand tegen krachtige waterstralen, wat installatie buiten op het dek mogelijk maakt.
- Stille lineaire aandrijving: Ingebouwde motor met wormwiel zorgt voor geruisloze werking. Dit minimaliseert stroomverbruik (gemiddeld 0,5A in stand-by, 1,5A bij actieve belasting).
Aansluiten en instellen
- Monteer de stuurautomaat op de juiste plek naast het stuurwiel of helmstok. Controleer dat de arm in rechte lijn met de helmstok kan bewegen, anders kan de stuurautomaat vastlopen bij maximale uitslag.
- Sluit de voedingskabels direct aan op een gezekerde 12V-aansluiting (3A zekering). Gebruik altijd kabels met een minimale dikte van 1,5mm² om spanningsverlies te voorkomen, vooral bij langere afstanden naar de accubank.
- Verbind de NMEA0183-datadraden (geel = RX+, groen = RX-) met je kaartplotter of GPS. Raadpleeg de handleiding van beide apparaten voor de correcte kleurcodering; sommige Raymarine-plotters gebruiken oranje en blauw als uitgang.
- Houd de “Standby” knop ingedrukt zodra de stuurautomaat opstart. Hiermee activeer je het installatiemenu, waar je de roerlengte en richting kalibreert. Kies “Setup” > “Rudder Limits” om te voorkomen dat de automaat buiten het bereik stuurt.
- Stel de roerfeedback in via “Calibration” > “Rudder Gain”. Start met waarde 5 en pas aan op basis van de responsiviteit van de boot: hogere waarde voor sneller reagerende boten, lagere waarde bij zenuwachtig stuurgedrag.
- Test de automatische modus door “Auto” in te drukken en een koers van 030° te kiezen. Corrigeer indien nodig met “+1”, “+10”, “-1” en “-10” knoppen. Tip: gebruik eerst alleen kleine correcties, grotere stappen kunnen onverwachte koerswijzigingen veroorzaken bij weinig snelheid.
- Sla alle instellingen op door het installatiemenu te verlaten, of herstart de stuurautomaat. Controleer na installatie altijd de volledige uitslag van de arm zonder belasting; een vastlopende motor geeft direct foutcode “DRIVE STOP”.
Dagelijks gebruik
Tijdens een lange oversteek op het IJsselmeer blijkt de ST2000 een stabiele partner. Stel je vaart solo en moet het grootzeil reven. Druk op “Auto” zodra je op koers bent, selecteer via het display de gewenste koers, en de stuurautomaat neemt het roer over. Je hebt nu beide handen vrij voor het zeilwerk, zonder dat de boot uit het roer loopt. Controleer elke 30 minuten het display op foutmeldingen of koersafwijkingen, vooral bij plotselinge windvlagen.
Bij gebruik in combinatie met een Raymarine Axiom kaartplotter kun je de stuurautomaat direct GPS-routes laten volgen. Activeer “Track Mode” via het menu: Mode > Track. De plotter verstuurt automatisch koerswijzigingen, bijvoorbeeld bij het naderen van een waypoint. Controleer of de NMEA-verbinding actief is (display toont “TRACK” en route-informatie); ontbreekt dit, controleer dan de aansluitingen en instellingen op beide apparaten.
Tijdens een nachttocht bij weinig zicht is het handig om de displayverlichting aan te passen. Ga via het menu naar “Settings” > “Backlight” en kies uit drie helderheidsniveaus. Zet de verlichting op laag (niveau 1) om nachtzicht te behouden. Vergeet niet om de stuurautomaat terug op Standby te zetten bij het handmatig overnemen van het roer; zo voorkom je dat de automaat tegenwerkt.
Regelmatig onderhoud voorkomt storingen. Spoel de stuurautomaat na een natte tocht af met zoet water om zoutaanslag te voorkomen. Controleer om de twee maanden de kabels op corrosie, vooral bij open boten of als de connectoren vochtig worden. Een druppeltje contactspray op de stekkerklemmen verlengt de levensduur aanzienlijk. Smeer het mechanische draaipunt jaarlijks met een siliconenspray, zeker als je merkt dat de arm stroef beweegt.
Problemen oplossen
Symptoom: Het display toont “NO PILOT” bij inschakelen. Oorzaak: De stuurautomaat registreert geen verbinding met de besturingseenheid. Controle: Controleer de connector aan de stuurzijde en de voedingsspanning. Oplossing: Steek de plug stevig in tot een klik hoorbaar is en meet de spanning direct op de contacten.
Symptoom: Tijdens gebruik schakelt het display over naar “LOW BATTERY”. Oorzaak: De spanning zakt onder de 10,5V tijdens het sturen, vaak bij oude accu’s of slechte verbindingen. Oplossing: Controleer de accuspanning onder belasting en vervang indien nodig de kabels of de accu. Gebruik bij voorkeur een aparte voedingsgroep voor de stuurautomaat.
Symptoom: De stuurautomaat maakt piepende geluiden en stopt met bewegen, foutcode “DRIVE STOP”. Oorzaak: De arm stuit op een mechanisch obstakel of de roeruitslag is te groot ingesteld. Oplossing: Controleer de helmstok en het draaipunt op blokkades. Verklein de roeruitslag via Instellingen > Rudder Limits.
Symptoom: De boot slingert bij het varen op automatische piloot, vooral bij hoge snelheid. Oorzaak: De roergevoeligheid (“Rudder Gain”) staat te hoog, waardoor de automaat te heftig corrigeert. Oplossing: Verlaag de waarde via Instellingen > Calibration > Rudder Gain tot de koers stabiel blijft zonder te zigzaggen.
Veelgestelde vragen
Hoe reset ik de Raymarine ST2000 naar fabrieksinstellingen?
Houd de “Standby” en “Auto” knop tegelijk ingedrukt bij het inschakelen tot het display knippert. Hiermee worden alle instellingen, zoals roerlimieten en gain, teruggezet naar de standaardwaarden. Let op: je moet daarna de hele setup opnieuw uitvoeren, inclusief kalibratie.
Welke externe apparatuur kan ik aansluiten op de ST2000?
De Raymarine ST2000 accepteert signalen van NMEA0183-compatibele GPS, kaartplotters en windinstrumenten. Je kunt bijvoorbeeld een Raymarine Axiom, Garmin GPSMAP of B&G Vulcan koppelen. Controleer altijd of de outputzinnen overeenkomen met de eisen in de ST2000-handleiding.
Wat betekent het als het display “NO DATA” toont?
“NO DATA” betekent dat de stuurautomaat geen geldige NMEA0183-data ontvangt. Controleer de bedrading tussen het instrument en de automaat en kijk of je plotter de juiste zinnen uitzendt (“GPRMC” of “GPGLL”). Soms helpt het om de plotter opnieuw op te starten of een andere baudrate (4800bps) te selecteren.
Kan ik de ST2000 gebruiken bij harde wind of hoge golven?
De ST2000 is ontworpen voor gebruik tot windkracht 6 Beaufort en matige golfslag. Bij zwaarder weer neemt de stuurkracht af en kan de automaat uitvallen als het roer te zwaar loopt. Handmatig sturen verdient dan de voorkeur, vooral bij onstuimige omstandigheden.
Wat moet ik doen als de stuurautomaat niet recht stuurt?
Controleer eerst of de installatie exact in lijn met de helmstok is uitgevoerd. Kalibreer de roerstand opnieuw via Instellingen > Calibration > Center Rudder. Bij afwijkingen van meer dan 5 graden is meestal de montage de oorzaak, niet de software.
Test de stuurautomaat eens in “Wind Track” mode op een halve windse koers: je ziet direct hoe gevoelig het systeem reageert op windschiftingen, en merkt zo snel of je roerinstellingen optimaal zijn voor jouw boot.
Start nu de 3-stappen Handleiding-Zoeker
Dit artikel is geschreven door de redactie van HandleidingStart.nl en voor het laatst bijgewerkt op 18 maart 2026. Raadpleeg altijd de officiële handleiding van de fabrikant voor de meest actuele informatie. Heb je een fout gevonden? Laat het ons weten.
